De jaren 1950-1960
Begin jaren 50 konden consumenten kennismaken met de nieuwe ‘look’ van de ‘Beautiful Chrysler’ – sinds 1947 het reclamethema van het merk. Ter versterking van de visuele presentatie van de elegante lijnen en de luxueuze interieurs van de Chrysler-groep werd de populaire tekenaar Frederick Siebel ingehuurd voor de schriftelijke reclame.
De reclame van Chrysler in de jaren 50 symboliseerde niet alleen de elegantie van de auto, maar ook de vooruitgang die men bij het ontwerp van de wagens boekte. De Hydraglide, de eerste servostuurinrichting in auto’s, werd in 1951 gelanceerd en maakte het sturen 80 % lichter. In het spoor van de Hydraglide volgden twee andere grote vernieuwingen: remmen met luchtventilatie en de V8 Hemi head-motor.
Daarna moest een ‘Hemi-head’-motor met 300 pk zijn weg vinden in een van de meest opvallende successen van het merk Chrysler, de Chrysler C-300 uit 1955. Als de grootste en krachtigste motor ter wereld was het niet meer dan natuurlijk dat de 300 zijn plaatsje vond op het circuit van NASCAR en 20 van de 40 wedstrijden won die er in 1955 werden gereden. Toen ze het formidabele vermogen van de Hemi-motor beseften, verboden de NASCAR-organisatoren hem de toegang tot de wedstrijd. Vreemd genoeg bevorderde de eerder twijfelachtige reclame die op deze beslissing volgde de populariteit van de Chrysler C-300 en leidde ze in 1956 tot een toename van andere ‘superauto’s’.
De vernieuwingen van Chrysler in de jaren 50 stopten niet bij de Hemi-motor. In 1956 ging Chrysler met CBS samen om de hifi van de autosnelweg te creëren - een compacte grammofoon die op het dashboard werd gemonteerd en waarmee men platen kon afspelen die speciaal voor het apparaat waren ontworpen. 1957 bracht eveneens de beroemde voorophanging met een staaftorsievering die voor een zeer goede wegvastheid zorgde en toeliet om de carrosserie te verlagen. Om het decennium af te sluiten stelde Chrysler in 1958 een efficiënter en betrouwbaar alternatief voor de carburator op punt met de ontwikkeling van de elektronische injectie.

Terwijl de Amerikaanse jeugd zich in de jaren 60 op de ‘revolutie’ concentreerde, bleef Chrysler zich bezighouden met vernieuwing. Vanaf het begin van het decennium, in november 1961, werd de ontwerper Elwood Engel bij Ford weggehaald om de Chrysler-stijl opnieuw uit te vinden. Zijn eerste creatie in 1963 was de ‘Engelbird’, de Chrysler Turbine die in 1963 werd gebouwd om de reactie op zijn ontwerp en de efficiëntie van de turbomotor te testen. Er werden slechts 50 Chryslers met turbine gebouwd en ze hadden vooraan en achteraan lichtflensen om hun ongewone motorvermogen te signaleren.
Tijdens dat decennium gaat Chrysler door met het produceren van de populaire 300-reeksen. Die wagens verdienen de titel ‘muscle cars’ omdat het pretentieloze vierdeursauto’s en coupés met zeer goed presterende V8-motoren waren. Wat niet betekent dat de Chrysler-motoren niet efficiënt waren. Integendeel. Een Chrysler 300 eindigde als eerste in zijn categorie in de Mobil Economy Run van 1967. Daarnaast eindigde een Chrysler New Yorker het jaar daarop als eerste in zijn categorie tijdens de Mobil Economy Run van 2272 mijl die van Los Angeles naar Indianapolis liep.


